Mijn oude school.

Foto: Johan van Eerd©.

Het is al vele jaren geleden dat ik geheel tegen mijn gewoonte in, enkele opeenvolgende jaren niet naar mijn geliefde geboortedorp was geweest. Bijzonder wel, omdat ik na mijn op jonge leeftijd zo plotseling en gedwongen vertrek naar een grote stad uit mijn geliefde Oranjewijk, een ziekmakende heimwee had ontwikkeld naar mijn geboortedorp, een heimwee die mij nooit helemaal verlaten heeft en welke alleen enigszins gecompenseerd kon worden door minstens eenmaal per jaar naar mijn zo geliefde dorp terug te keren.

Meestal liep ik dan zomaar wat rond, naar plekken waar herinneringen lagen , plekken die vooral geconcentreerd liggen in de Oranjewijk, rond de haven, in de Bloemenwijk en rond De Markt. Soms bezocht ik dan de weinige familie waar ik nog echt contact mee had, en altijd Janus en Betje van Os, waar ik in hun gezin in mijn vroege jeugd kind aan huis was, maar graag liep ik ook zo maar wat te slenteren om de sfeer van vroeger op te snuiven, die sfeer, welke gevoed door mijn aangeboren gevoel voor nostalgie voor mij niet moeilijk was om op te roepen.

Ik weet niet meer precies wat de reden was waarom ik enkele jaren achtereen niet naar mijn geboortedorp ben gegaan. Het kunnen andere drukke bezigheden zijn geweest, maar waarschijnlijker is dat ik in die tijd weer eens hopeloos verliefd op een meisje was geworden -dat overkwam mij gemiddeld zo’n 6 keer per jaar- en waarom zou je weggaan van iemand waar je eigenlijk zoveel mogelijk bij in de buurt wilt zijn?

Hoe dan ook, toen ik na enkele jaren weer eens naar Veghel ging, parkeerde ik mijn auto zoals gewoonlijk op het Heilig Hartplein in het zicht van de twee kroegen die daar geloof ik nog altijd zijn en waar ik later ook carnaval heb gevierd en dan ving mijn geslenter langs mijn monumenten van nostalgie aan.

Meestal eerst langs de haven, bij de Noord-en Zuidkade, dan linksaf waar vroeger de wasserij was gevestigd, vervolgens een stukje door de Bloemenwijk. Bijna altijd bezocht ik dan ook de begraafplaats bij de oude kerk, waar graven van familieleden zijn, waarvan sommige, onder meer die van mijn grootouders, al weer zijn geruimd en waar ook bekende personen uit mijn jeugd liggen begraven zoals mijn meester uit de derde klas meester Kortz en ook pastoor Van den Boom, maar ook Oranjewijkers zoals Anna en Hendrik van Dinther en anderen. Vervolgens langs het Airborne-monument, lang geleden onthuld door een heel jonge en mooie Prinses Irene (die dag zag het zwart van de mensen) om dan rechtsaf te slaan door de straat waarvan ik de naam nog steeds niet uit elkaar kan houden (Hoogstraat of Hoofdstraat) richting de Markt. Dan even rechtdoor naar het kerkhof achter de St.Lambertuskerk, waar mijn moeder al tientallen jaren begraven lag. Enige maanden geleden is haar graf pas geruimd.

Dan op de hoek waar vroeger het postkantoor stond rechtsaf om uiteindelijk via de brug over de Aa de Oranjewijk in door verschillende straten en gangetjes te lopen, om uiteindelijk rechtsaf de Beatrixsingel op te gaan, langs de Don Boscoschool en de speeltuin met het verharde voetbalveld waar ik tot ongenoegen van mijn moeder menig schoenenpaar heb versleten.

Uitgekomen op de hoek waar de woninginrichting van Dirkse was gevestigd rechtsaf en na 150 meter gebeurde het: Een regelrechte schok, waar mijn geliefde Aloyisiusschool had gestaan lag nu een braakliggend terrein. De school waar ik bijna 6 jaren op zat in misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven, de school van ook mijn vader en grootvader, tot de laatste steen afgebroken. Niet helemaal, want de stenen muurtjes van nog geen meter hoog ter afscheiding van wat eens de speelplaats was en waar ooit een schoolgenootje zo ongelukkig vanaf gevallen was dat hij overleed, waren er om onduidelijke redenen nog. Weinig is zo troosteloos dan een braakliggend terrein, waar een gebouw heeft gestaan wat zo belangrijk is geweest in je jeugdjaren en waar zoveel dierbare herinneringen liggen. Een gebouw dat er in je beleving altijd hoort te zijn. Ik was verbijsterd en er totaal niet op voorbereid. Iemand had het mij vooraf moeten vertellen, iets in de trant van denk er om Peter dat als je weer naar Veghel gaat, dat je dan een braakliggend terrein aantreft waar jouw school heeft gestaan. Sterker nog, de gemeente had alle oud-Veghelaars zeker de fijngevoelige, waaronder ik me nadrukkelijk schaar, een brief met die inhoud moeten sturen! Maar ja, zo zit de wereld niet in elkaar…

In gedachten verzonken mijmerde ik over mijn oude school, zag veel van mijn schoolgenootjes en de broeders met hun soms onuitsprekelijke namen zoals Cecerialus (bijgenaamd het bultje), en Policarpus in levende lijven door mijn geest dwalen. Ik hoorde de schoolbel weer, vroeger het sein dat de lessen aanvang gingen nemen, of als signaal dat het speelkwartier was afgelopen, nu voor mij het sein om van die nu zo mistroostige plek, maar tegelijk ook een plek vol met herinneringen, te vertrekken.

Peter van den Broek©.

 

‘maar de oorlog was nog niet helemaal voorbij…’

Door Jan van Eerd.

Johan van Eerd (mijn vader) was vanaf 1939 fotograaf in Veghel. In 1944 werd Veghel plotseling even aangeraakt door de wereldgeschiedenis; want het lag toevallig aan de ‘corridor’ van operatie Market Garden (op dat moment de frontlinie van WO II).

Johan van Eerd Rolleiflex2

Johan pakte zijn fototoestel en legde beelden vast. Momentopnamen, maar wel van heel bijzondere momenten: 75 jaar later kunnen ze Veghelaren nog steeds even terugvoeren naar deze historische weken in 1944.

Van geen ander dorp langs de corridor tussen Eindhoven en Nijmegen zijn er uit deze periode meer foto’s overgeleverd dan van Veghel. Dat is voor een groot deel aan Johan van Eerd te danken.

De meeste van zijn foto’s zijn van 15 t/m 22  september 2019 te bezichtigen op  de expositie “Mensen van Mobilisatie tot Monument” (meer informatie onderaan deze pagina).

Zo maakte Johan bijvoorbeeld vanuit zijn huis aan de Nieuwstraat (later Deken van Miertstraat) onderstaande foto’s: in het klooster van de zusters Franciscanessen was een noodhospitaal ingericht; met karren, koetsen en auto’s worden gewonden aangevoerd. Dit alles onder grote belangstelling van nieuwsgierige Veghelaren.

Johna van Eerd 2

Op het moment dat hij deze foto’s nam, had Johan nog geen idee dat hij een paar dagen later ook zelf, met zijn familie, in het klooster een schuilplaats zou moeten zoeken. Niet in het nood-hospitaal, maar in de opslagkelder onder de kapel ….

Want na de eerste vreugde van de bevrijding werd het toch nog even oorlog in de Nieuwstraat…

Op vrijdag 22 september, rond kwart voor een ’s middags, werd Veghel plotseling onder vuur genomen door Duitse artillerie. Kerktorens werden vaak gebruikt als uitzichttoren of seinpost; daarom was de toren van de Lambertuskerk het doelwit van deze beschietingen.

Johna van Eerd 3a

Maar ook de gebouwen eromheen werden niet gespaard. De kloosterkapel kreeg meteen een voltreffer. Vier zusters en een tuinknecht werden dodelijk getroffen of kwamen onder neerstortend puin terecht en hebben het niet overleefd.

Johna van Eerd 4 Veel gebouwen werden getroffen, in heel Veghel, maar vooral rondom de kerk. Bewoners zochten een veilige schuilplek; die werd hen geboden door de zusters, in de kelder onder de nieuwe kapel. Terwijl buiten het granaatvuur aanhield, soms hevig, hebben ze daar een paar angstige dagen en nachten beleefd.

Johna van Eerd 5.jpg
Bewoners van de Nieuwstraat, tijdens hun schuilperiode bij de zusters. Leden van de families Rath, Arons, en van Eerd (helemaal links: Johan). De fotograaf is onbekend, waarschijnlijk een van de zusters.

Een granaatinslag, pal voor de ingang van de schuilkelder, bezorgde een oude zuster een hartaanval waaraan ze later bezweek. Dezelfde inslag maakte Johan voor de rest van zijn leven doof aan zijn linker-oor, en zijn zus Annie kreeg een granaatsplinter in haar neus. Deze ervaringen deden mijn vader inzien dat het nu te gevaarlijk was om zich buiten op straat te begeven. Dus zo lang het zó onveilig was bleef hij binnen in het klooster, en heeft daar een paar foto’s gemaakt. Zoals deze:

Johna van Eerd 6

En het gevaar was ook echt groot, want bij deze beschietingen (die dagenlang aanhielden !) hebben behalve veel militairen, ook ongeveer 15 Veghelaren de dood gevonden.

N.B.: heemkundekring Vehchele is in het bezit van een aantal verslagen uit deze dagen. Er zijn indrukwekkende verhalen bij, die getuigen van de grote rol die de zusters toen hebben gespeeld: zorgen voor noodhospitaal, bieden van onderdak voor buurtgenoten die thuis niet langer veilig waren, maar ook het verzorgen van maaltijden voor vele militairen en burgers. Er spreekt moed uit, en grote hulpvaardigheid. De Veghelse gemeenschap is de zusters en hun personeel hiervoor veel respect en erkenning verschuldigd.

Toen de beschietingen na een paar dagen eindelijk stopten, en de mensen zich weer op straat waagden, zagen ze dat o.a. de kerk, het klooster, de kloosterkapel en veel woonhuizen en winkels zwaar beschadigd waren.

Johna van Eerd 7.jpg

Ook het huis van de familie van Eerd had een voltreffer gehad. Bijna geen ruit was nog heel, en het dak … tja, dat was er eigenlijk niet meer ….

Johna van Eerd 8.jpg

Door de enorme schade kon er niet meer gewerkt worden in de fotozaak en de donkere kamer.  Maar vanaf begin oktober gingen de militairen ook helpen om de plaatselijke economie weer op gang te brengen. Ze boden ook hulp aan de familie van Eerd. Onderstaande foto’s (en trouwens ook de meeste andere) staan in het fotoboek van zus Annie van Eerd; in haar bijschriften bij de foto’s klinkt de dankbaarheid door.

Johna van Eerd 9

Tijdens het herstel van de woningen aan de Nieuwstraat hielpen Canadese militairen om de complete doka-apparatuur te vervoeren naar de gebouwen van de CHV. Daar had men Johan een ruimte toegewezen om een nood-doka in te kunnen richten, zodat hij weer volop foto’s kon ontwikkelen en afdrukken.

Zelf hadden de militairen ook baat bij een werkend fotobedrijf, want wat denk je: al die Canadese, Engelse en Schotse soldaten zouden voorlopig nog wel even in Veghel zitten. En zij wilden met kerstmis natuurlijk allemaal maar wát graag een mooie foto naar huis kunnen sturen, naar hun ouders of naar hun lief ….

Johna van Eerd 10

Johna van Eerd 11
[HET ORIGINELE BOEKJE VAN ANNIE VAN EERD IS ONDERGEBRACHT BIJ HET BHIC IN ‘S-HERTOGENBOSCH.
HEEMKUNDEKRING VEHCHELE HEEFT EEN DUPLICAAT HIERVAN; MET DANK AAN JAN VAN ERP].
Johna van Eerd 13

Hoe lang de nood-doka operationeel is geweest hebben we niet meer kunnen achterhalen. Maar toen de situatie aan de Nieuwstraat weer was genormaliseerd, is alles weer daarheen terugverhuisd. Daar heeft Johan zijn fotozaak langzamerhand opnieuw kunnen opbouwen en uitbreiden. Hij heeft die daar voortgezet tot aan zijn dood, in 1980.

[2019, Jan van Eerd©, met medewerking van Bernard Vissers en Emiel Verwijst].

Johna van Eerd 12

Mijn Oranjewijk

 

Aa Veghel, links Beatrixsingel.
Links zicht op Beatrixsingel 2013 (Oranjewijk).

Vanaf het paadje langs de AA keek ik naar mijn wijk, 3 lange straten door zijstraten verbonden, daar waar niemand arm was, weinigen rijk. Waar je verdwijnen kon, maar altijd weer werd gevonden. Daar waar deuren open bleven, weinig viel er te halen,

Waar op zondag de kerk vol was en ook het café. Je bij de buren voor 10 cent Dappere Dodo zag op de tv, en bij voetbalpartijtjes onze jassen dienden als doelpalen. Daar waar de tijd stil kon staan, alles bleef zoals het was, het leven was kalm en vertrouwd, het kwaad gebeurde ginder.

Op een zekere woensdag kreeg je een kruisje van as. En soms moest je een opstel voorlezen in de klas. Weinig om bang voor te zijn, behalve voor “De Zwarte Ruiter”, die boef zou kunnen komen als je heel stout was geweest. Verder waren wij vooral onbezorgd en blij, van weinig hinder.

Kwam ook Koninginnedag er weer aan, een groot feest… op nummer 8 woonde opa Kuypers, op 10 janus en Betje, en op de hoek Anna van Dinter.

Tekst: Peter van den Broek©.

IMG_0843a
Zicht op Oranjewijk eind 2016.

Jeugdherinneringen aan Veghel

Door Peter van den Broek.

Lily

Lang geleden zong Willy Alberti een mooi melancholiek liedje over zijn eerste vriendinnetje waarmee hij zong op de zangvereniging en waarmee hij wandelde door het laantje onder het maantje, maar die niet meer aan hem denkt nu hij niet meer zingt.
Mijn eerste vriendinnetje in mijn vroege jeugd in Veghel was Lily. 10 jaar was ik en zij misschien 11. Zij was het dochtertje van de directeur van de superfosfaatfabriek Coenen en Schoenmakers, de fabriek aan de Zuid-Willemsvaart, waar destijds ook 2 ooms van mij werkten en waarvan ik vrees dat die werkomgeving hen het leven met jaren heeft verkort.

last one small
Superfosfaatfabriek Coenen & Schoenmakers.

Maar wist men toen veel… Of erger, men wist het wel maar verzweeg het. Misschien is de term mijn vriendinnetje wat te sterk uitgedrukt. …Onze sociale levensstandaard verschilde veel. Ik, het arbeiderskind uit de Oranjewijk en zij de dochter van een rijke fabrikant, die woonde in die prachtige witte villa die er nog altijd staat en waar ik later talloze malen aan voorbijreed als ik weer eens richting Veghel reed en niet een keer zonder aan haar te denken. Ik heb nooit een stap over de drempel van die villa gezet, integendeel, ook aan de achterkant werd de tuin, die grensde aan onze speelomgeving, die de bijnaam Klein Amerika had, omringt door een hoog hek.

Met Lily voelde ik dezelfde afstand die ik voelde als ik weer eens naar het tennissen stond te kijken op het tennispark dat aan de achterzijde lag van de bioscoopzaal van Maison van den Boer. Daar waar we op woensdagmiddagen naar De Dikke en de Dunne, naar Rin Tin Tin en Roy Rogers keken. Daar waren mensen aan het spelen die ook in Veghel woonden, maar voor mijn gevoel in een andere leefwereld, een hogere sociale klasse. Hetzelfde gevoel dat ik had als we met onze vader op zonnige zondagen een wandeling langs het riviertje De AA maakten en uitkwamen bij de hockeyvelden van Geel Zwart. Ook daar speelden Veghellaren die we niet kenden en die totaal buiten onze leefwereld vielen. We kenden ze niet, kwamen er zelden of nooit mee in contact. Niemand van mijn klasgenoten van de Aloyisiusschool speelden tennis of hockey.  Tegenwoordig zijn die sociale tegenstellingen grotendeels weggevallen. Veel van de kinderen van mijn neven en nichten spelen tennis en hockey.

Uit die tijd herinner ik me nog dat ik bij een klasgenootje, als ik me goed herinner Twan van de Hoven, die aan de Beatrixsingel woonde thuis kwam en tot mijn verbazing een piano zag staan. Een piano……..! Ik had nog nooit een piano van dichtbij gezien! Als in mijn milieu bij toeval pianoklanken uit de radio te horen waren, werden die binnen 5 seconden het zwijgen opgelegd…

Ik zag Lily Schoenmakers als mijn vriendinnetje, maar eigenlijk was dat meer een wens dan dat dit echt zo was, veel meer een droom van een wat gevoelig jongetje dan realiteit. Maar wat kunnen kinderdromen heerlijk zijn! Heel dichtbij haar ben ik echter nooit gekomen, ik heb alleen vaak bij haar achterop de fiets gezeten beken ik met enige schroom, maar ik verzon er een heel andere vriendschap bij, zonder een spoortje van erotiek natuurlijk, kinderen van die leeftijd waren in die tijd nog zo groen als gras. Dat van die fiets zat zo: Na de vroege dood van mijn moeder heb ik een paar jaar bij mijn grootouders gewoond in Het Hoge Huis aan het einde van de NCB-laan tegen de Zuidwillemsvaart aan. Met mijn speel-en schoolvriendje Bert van de Nieuwenhuizen, die vlakbij woonde, liep ik iedere schooldag de lange NCB-laan af op weg naar school. Het begon ons op te vallen dat heel vaak hetzelfde meisje op de fiets passeeerde. Ik weet niet meer precies hoe het is gegaan, maar op een dag kwam ik achterop haar fiets terecht en dat werd een vast ritueel. Bert wilde dat ook wel, deed soms ook wel een poging, maar had het nakijken, was geen sportfiguur en ik voetbalde bijna dag en nacht en was veel sneller. Het lijkt onbetekenend, maar achterop de fiets bij Lily had een enorme impact op mij. De gelukzaligheid als ik haar in de verte al aan zag komen, ik kan dat gevoel nog zo oproepen en ook de teleurstelling als ze er een dag niet was. Ik herinner me nog de koninginnendag op het schoolplein waar de jongens van mijn school en de Bernadetteschool van Lily tijdens de aubade naast elkaar stonden…… en ik bijna naast haar…. Is helaas maar 1 keer gebeurd.

Niet lang daarna moest ik Veghel tot mijn grote verdriet van de ene op de andere dag verlaten en brak een lange periode van ziekmakende heimwee aan. Heimwee naar mijn school-en wijkvriendjes, naar mijn familie en naar Lily. Daarna heb ik nooit meer iets van haar gehoord of over haar vernomen. Ze moet nu als ze nog leeft een betrekkelijk oude dame zijn, maar die gedachte verdrijf ik onmiddellijk. Jeugdliefdes blijven zoals je ze destijds hebt beleefd!

Peter van den Broek©.

N.b. Huis op de foto is niet het woonhuis van Lily.