Arcaturen komen terug op de Lambertuskerk.

Onze ontdekking van de uiterst gedetailleerde foto’s van Johan van Eerd van de verwijderde arcaturen op de Lambertuskerk waarover we reeds in 2018 op onze blog-pagina uitgebreid schreven (zie Verdwenen arcaturen Lambertuskerk) heeft er mede toe geleid dat uiteindelijk dat de arcaturen zullen worden teruggeplaatst op de voorgevel van de Lambertuskerk. En daar mogen we Johan van Eerd dankbaar voor zijn.

Deze unieke foto’s van Johan van Eerd die we reeds in 2018 publiceerden op onze site zijn de enige waarop de teksten onder de beeltenissen te lezen zijn. Samen met Gerard van Heeswijk (Stichting Steunberen Lambertus) die ons naar aanleiding hiervan benaderde kon er nu concreet invulling gegeven worden aan de al langer bestaande wens om de arcaturen terug te plaatsen op de Lambertuskerk. Om verder een zo goed mogelijke reconstructie van de situatie van destijds te verkrijgen hebben we bovendien oude  tekeningen in het bezit van Gerard van Asperen “bewerkt”, zie onderstaand ontwerp van architect Cuypers  (er bestonden geen geschikte ontwerptekeningen van de kerk met arcaturen). Met dit materiaal, bestemd voor de promotie van de “campagne”, ging Gerard van Heeswijk op zoek naar fondsen voor dit project.

Na diverse tegenslagen (geen subsidie door rijk en provincie) hoorde grootgrutter Karel van Eerd van dit initiatief en uiteindelijk heeft hij en zijn familie besloten hiervoor privé-middelen vrij te maken. Hoe bijzonder is dat? Dat de unieke foto’s van fotograaf Johan van Eerd van ruim 60 jaar geleden het uiteindelijk mogelijk maken dat de arcaturen in oude luister kunnen worden gereconstrueerd en hersteld. Over ongeveer een jaar zijn ze weer te bewonderen op de Lambertuskerk. Vandaag schreef ook het BD hierover.

Emiel Verwijst.

Gemodificeerd ontwerp kerk met arcaturen

100 jaar Oranjewijk Veghel.

100 jaar Oranjewijk Veghel. Gefeliciteerd Oranjewijkers!!!

Ter gelegenheid van het honderd jarig bestaan van de Oranjewijk enkele hele bijzondere foto’s van Johan van Eerd. Deze foto’s dateren waarschijnlijk van 1947. Misschien herken je je eigen oude woning in aanbouw nog. Reactie’s uiteraard welkom.

 

 

De Roomsch-Katholieke Coöperatieve Stoomzuivelfabriek „St. Lambertus” te Veghel.

De Roomsch-Katholieke Coöperatieve Stoomzuivelfabriek „St. Lambertus”, te Veghel aan de toenmalige Heuvelstraat (tegenwoordig de Professor Oppenheimstraat) is ontstaan uit “De Eendracht” (Het Ven), “Eendracht Maakt Macht” (Zijtaart) en “Nooit Gedacht” (Eerde).

Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw was er steeds meer behoefte onder de boeren om zich te verenigen in zogenaamde coöperaties. Dit met als doel om een eerlijke prijs te krijgen voor de melk en de hieruit gemaakte produkten. Men wilde verzekerd zijn van goede afzet mogelijkheden en streefde naar een constantere kwaliteit van onder andere roomboter, die onder de bestaande omstandigheden vaak te wensen over liet. Zuivelbereiding vond tot ver in de jaren ’20 op de boerderij plaats. Dit was veelal de taak van de boerin die verantwoordelijk was voor het melken en de bereiding van boter en kaas, maar ook de verhandeling van de zuivelprodukten. De handmatige bereiding liet veelal te wensen over waar het hygiënische maatregelen betreft. De kwaliteitseisen werden aangescherpt en controles vonden plaats door gemeentelijke keuringsdiensten. Ook ter voorkoming van gesjoemel met zuivelprodukten, zoals toevoeging van water of vermengen van natuurboter met margarine en deze te verkopen als natuurboter. In 1889 komt er een Boterwet die in 1900 verder wordt aangescherpt.

Naar de Botermarkt, Kerkstraat VeghelDe arme zandgronden in grote delen van Brabant en het kleinschalige gemengde boerenbedrijf werkte niet bepaald in het voordeel van de Brabantse boeren.  Ondanks de relatief slechte infrastructuur en lastig te bereiken steden gingen de boeren (of boerinnen) van dorpen rond die grotere plaatsen met handwagens en daarop de kannen naar de stedelijke markten om hun melk te slijten. Was de afstand te groot dan was men voor de verkoop veelal op de dorpswinkelier aangewezen. Gedurende de zomermaanden werd dit probleem alleen maar groter vanwege het warme weer (koel houden).Melkwagen Sluisstraat VeghelOp de lokale gemeentelijke botermijnen kon ook boter worden aangeboden aan winkeliers en handelaren. In de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw richten veel gemeenten botermijnen op. Ook in Veghel was er een boterwaag in het Raadhuis aan de Markt. Na de komst van zuivelcoöperaties verdwijnen de dorpsbotermijnen geleidelijk.

De bevolkingsgroei vergroot de vraag naar zuivelprodukten en men zoekt naar middelen om aan deze vraag te kunnen voldoen. De komst van De Laval centrifuge (ontroming van melk) in 1879 maakt fabriekmatige zuivelbereiding  mogelijk. Dit gecombineerd met stoom als krachtbron (eerder waren er de handkrachtfabrieken).

In Veghel wordt aan de Hoogstraat langs de Aa in 1887 de eerste particuliere stoomzuivelfabriek opgericht door Johan Bernard Alfred Völker.

Het voortbestaan van de particuliere fabrieken hangt af van het vertrouwen van de lokale boeren en de bereidheid om melk te leveren. Er is geen goede basis voor de melkprijs en boeren kunnen makkelijk terugvallen naar de oude methoden als het hen niet zint. De boeren zijn wantrouwig (winstbejag) en de belangen van de boeren worden onvoldoende gediend. Het doek valt voor Völker in 1927.

De landbouwers weten wel dat er wat moet veranderen en zien langzaam maar zeker meer heil in de coöperatieve zuivelfabricage, waar de bereiding van en handel in boter in wezen deel blijven uitmaken van het eigen boerenbedrijf en waarin de opbrengsten alleen hen ten goede komen. Ook de katholieke kerk speelt hierin een belangrijke rol. De alom bekende pater Van den Elsen (geestelijk adviseur van de NCB) gaat hierin voorop in de strijd tegen misstanden.

Zo wordt ook in Veghel de vereenigingRoomschKatholieke Coöperatieve Stoomzuivelfabriek  St. Lambertus” opgericht. Melding van de oprichting bij akte van 6 Juli 1916 wordt gedaan in de Staatscourant van 10 Augustus 1916:

Voor Bartholomeus Egbertus Josephus Vaalman, notaris ter standplaats Veghel, compareerden: 1. Josephus Martinus van den Tillaart; 2. Antonius Raaymakers Hendrikuszoon; 3. Franciscus van Dooren Gerarduszoon; 4. Jan van Zutven Petruszoon; 5. Wilhelmus van Boxmeer Janzoon; 6. Antonius Thijssen; 7. Adrianus Rovers Martinuszoon; 8. Martinus van de Ven Hendrikuszoon; 9. Jan Vissers Martinuszoon, allen landbouwers, wonende te Veghel.

Bestuur St. Lambertus , in de cirkel links directeur L. Bierens en rechts Martinus van de Tillaart (Voorzitter Sint Lambertus).

Op de foto: Bestuur St. Lambertus , in de cirkel links directeur L. Bierens en rechts Martinus van de Tillaart (Voorzitter Sint Lambertus).

Het doel der vereeniging is de bevordering van de stoffelijke belangen der leden door:

  1. in een door haar te drijven zuivelfabriek melk, afkomstig van de koeien harer leden, voor gemeenschappelijke rekening te verwerken en de daaruit verkregen producten of de melk als zoodanig hetzij zelf, hetzij in vereeniging met derden te verkoopen;
  2. het nemen van maatregelen ter bevordering van een goede melkwinning, van den gezondheidstoestand van het vee en verder van alles, wat de rentabiliteit van de melkveehouderij kan ten goede komen.

Om het genoemde doel te bereiken verbinden de leden zich tot het leveren ten behoeve dier fabriek van de melk van al hunne koeien, met uitzondering van de melk voor eigen gebruik.

Melkers2

 

Waarom het zo lang heeft moeten duren is niet geheel duidelijk, eerst in 1923 wordt er in een kranten artikel gesproken over de bouwplannen van een stoomzuivelfabriek in Veghel.  De daadwerkelijke aanbesteding vindt plaats in 1925, het project wordt gegund aan de aannemers  J. C. Verdort en Joh. van Gerwen voor een bedrag van 48.875,00. Begin 1926 is de fabriek in gebruik genomen. De heer L. Bierens wordt benoemd tot directeur van de fabriek en dat blijft zo tot medio 1953.

Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Lambertus te Veghel l

In 1953 wordt de heer Th. Kemps aangesteld als nieuwe directeur en in 1955 vindt uitbreiding van de fabriek plaats. Tevens worden de electronische melkwagentjes in gebruik genomen voor levering van zuivelprodukten aan huis.

In 1986 fuseert de fabriek met de DMV Campina en hiermee komt na 60 jaar een einde aan de fabriek.

Tot slot een mooie foto van melkboer Martien Rovers en een leuke reclame foto die ook bij de fabriek aan de muur hing.

13048163_822268187879dd752_2547029743482924145_o copy

natuurboter

Reacties en of aanvullingen uiteraard welkom (herkent iemand de twee melkboeren voor Villa Louise?). Heb je eventueel foto’s van de fabriek laat het weten!

Emiel Verwijst.

 

 

Mijn oude school.

Foto: Johan van Eerd©.

Het is al vele jaren geleden dat ik geheel tegen mijn gewoonte in, enkele opeenvolgende jaren niet naar mijn geliefde geboortedorp was geweest. Bijzonder wel, omdat ik na mijn op jonge leeftijd zo plotseling en gedwongen vertrek naar een grote stad uit mijn geliefde Oranjewijk, een ziekmakende heimwee had ontwikkeld naar mijn geboortedorp, een heimwee die mij nooit helemaal verlaten heeft en welke alleen enigszins gecompenseerd kon worden door minstens eenmaal per jaar naar mijn zo geliefde dorp terug te keren.

Meestal liep ik dan zomaar wat rond, naar plekken waar herinneringen lagen , plekken die vooral geconcentreerd liggen in de Oranjewijk, rond de haven, in de Bloemenwijk en rond De Markt. Soms bezocht ik dan de weinige familie waar ik nog echt contact mee had, en altijd Janus en Betje van Os, waar ik in hun gezin in mijn vroege jeugd kind aan huis was, maar graag liep ik ook zo maar wat te slenteren om de sfeer van vroeger op te snuiven, die sfeer, welke gevoed door mijn aangeboren gevoel voor nostalgie voor mij niet moeilijk was om op te roepen.

Ik weet niet meer precies wat de reden was waarom ik enkele jaren achtereen niet naar mijn geboortedorp ben gegaan. Het kunnen andere drukke bezigheden zijn geweest, maar waarschijnlijker is dat ik in die tijd weer eens hopeloos verliefd op een meisje was geworden -dat overkwam mij gemiddeld zo’n 6 keer per jaar- en waarom zou je weggaan van iemand waar je eigenlijk zoveel mogelijk bij in de buurt wilt zijn?

Hoe dan ook, toen ik na enkele jaren weer eens naar Veghel ging, parkeerde ik mijn auto zoals gewoonlijk op het Heilig Hartplein in het zicht van de twee kroegen die daar geloof ik nog altijd zijn en waar ik later ook carnaval heb gevierd en dan ving mijn geslenter langs mijn monumenten van nostalgie aan.

Meestal eerst langs de haven, bij de Noord-en Zuidkade, dan linksaf waar vroeger de wasserij was gevestigd, vervolgens een stukje door de Bloemenwijk. Bijna altijd bezocht ik dan ook de begraafplaats bij de oude kerk, waar graven van familieleden zijn, waarvan sommige, onder meer die van mijn grootouders, al weer zijn geruimd en waar ook bekende personen uit mijn jeugd liggen begraven zoals mijn meester uit de derde klas meester Kortz en ook pastoor Van den Boom, maar ook Oranjewijkers zoals Anna en Hendrik van Dinther en anderen. Vervolgens langs het Airborne-monument, lang geleden onthuld door een heel jonge en mooie Prinses Irene (die dag zag het zwart van de mensen) om dan rechtsaf te slaan door de straat waarvan ik de naam nog steeds niet uit elkaar kan houden (Hoogstraat of Hoofdstraat) richting de Markt. Dan even rechtdoor naar het kerkhof achter de St.Lambertuskerk, waar mijn moeder al tientallen jaren begraven lag. Enige maanden geleden is haar graf pas geruimd.

Dan op de hoek waar vroeger het postkantoor stond rechtsaf om uiteindelijk via de brug over de Aa de Oranjewijk in door verschillende straten en gangetjes te lopen, om uiteindelijk rechtsaf de Beatrixsingel op te gaan, langs de Don Boscoschool en de speeltuin met het verharde voetbalveld waar ik tot ongenoegen van mijn moeder menig schoenenpaar heb versleten.

Uitgekomen op de hoek waar de woninginrichting van Dirkse was gevestigd rechtsaf en na 150 meter gebeurde het: Een regelrechte schok, waar mijn geliefde Aloyisiusschool had gestaan lag nu een braakliggend terrein. De school waar ik bijna 6 jaren op zat in misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven, de school van ook mijn vader en grootvader, tot de laatste steen afgebroken. Niet helemaal, want de stenen muurtjes van nog geen meter hoog ter afscheiding van wat eens de speelplaats was en waar ooit een schoolgenootje zo ongelukkig vanaf gevallen was dat hij overleed, waren er om onduidelijke redenen nog. Weinig is zo troosteloos dan een braakliggend terrein, waar een gebouw heeft gestaan wat zo belangrijk is geweest in je jeugdjaren en waar zoveel dierbare herinneringen liggen. Een gebouw dat er in je beleving altijd hoort te zijn. Ik was verbijsterd en er totaal niet op voorbereid. Iemand had het mij vooraf moeten vertellen, iets in de trant van denk er om Peter dat als je weer naar Veghel gaat, dat je dan een braakliggend terrein aantreft waar jouw school heeft gestaan. Sterker nog, de gemeente had alle oud-Veghelaars zeker de fijngevoelige, waaronder ik me nadrukkelijk schaar, een brief met die inhoud moeten sturen! Maar ja, zo zit de wereld niet in elkaar…

In gedachten verzonken mijmerde ik over mijn oude school, zag veel van mijn schoolgenootjes en de broeders met hun soms onuitsprekelijke namen zoals Cecerialus (bijgenaamd het bultje), en Policarpus in levende lijven door mijn geest dwalen. Ik hoorde de schoolbel weer, vroeger het sein dat de lessen aanvang gingen nemen, of als signaal dat het speelkwartier was afgelopen, nu voor mij het sein om van die nu zo mistroostige plek, maar tegelijk ook een plek vol met herinneringen, te vertrekken.

Peter van den Broek©.

 

Onthulling Heilig Hart beeld (1924).

ONTHULLING EN INTRONISATIE VAN HET H. HART STANDBEELD TE VEGHEL.

Onthulling en intronisatie Heilig Hart Standbeeld Veghel

‘s-Hertogenbossche Courant, 26 mei 1924 (de integrale tekst uit het artikel). Foto’s: BHIC.nl

MMSADB01_0xxxx00002110_mpeg21_p001_image

Een gebeurtenis die met gouden letters geboekt mag worden in de geschiedenis van Roomsch Katholiek Veghel heeft gister plaats gehad, n.l. de onthulling en intronisatie van het H. Hart Standbeeld te Veghel.

De voorbereidingen voor dezen feestdag waren uitnemend getroffen, zoodat het geheel een aangenaam en ordelijk verloop had waarvoor het comité dan ook alle lof toekomt, terwijl de ordelievende bevolking van Veghel het zijne er toe bijdroeg om dit feest naar wensch te doen slagen. De geheele gemeente was in vlaggentooi.

Het plein voor de Haven waar het H. Hartbeeld is geplaatst, was in grooten omtrek afgemaakt en een 12-tal palen ieder dragende een schild met een van de beloften*door Jezus aan de H. Margaretha Maria gedaan ten gunste van allen die zijn H. Hart vereeren, waren allen gestrengeld met vlaggedoek aan het monument, waardoor deze versiering als één geheel prachtig uitkwam. Een grootschen aanblik aan het geheel gaf de achtergrond van deze versiering, gevormd door het groot aantal schepen dat in de Haven lag gemeerd en die allen tot in den mast met vlaggetjes waren getooid.

De feestdag werd ingezet met een generale H. Communie voor de kinderen en hierbij sloten zich vele inwoners van Veghel aan om mede ter intentie van den herder der parochie tot de H. Tafel te naderen, immers deze herder, de HoogEerw. heer Deken Franssen herdenkt bij deze gelegenheid zijn zilveren priesterjubilé en als geschenk voor Deken Franssen is op zijn jubelfeest het H. Hartmonument tot-stand-gekomen volgens den wensch van Z.H.Eerw.

Deken Franssen

Ten 10 uur werd in de parochiekerk eene plechtige Hoogmis opgedragen, waaronder eene korte predicatie werd gehouden, waarbij den geloovigen werd verzocht het feest dat Veghel thans viert, te vieren op echt kerkelijke manier. Des namiddags ten 2 uur verzamelde zich om het terrein een ontzaglijke menigte die getuigen wilde zijn van dit indrukwekkend gebeuren. Binnen het afgemaakte terrein was een podium opgericht waarop de zetel was geplaatst voor den Bisschop en de voor het feest genoodigden.

De elite van Veghel was hier bijeen; naast een breede schaar van geestelijkheid, waren tegenwoordig de burgemeester van Veghel, de EdelAchtb. heer van Lith, de beide wethouders de heeren Donkers en Winters benevens de leden van den gemeenteraad alsook de oud-burgemeester, de EdelAchtb. heer Völker. Mgr. Diepen arriveerde ten ongeveer kwart voor drie, per auto van Dr. Verbeek afgehaald aan zijn paleis te ‘s-Bosch. Bij aankomst was Z. D. H. vergezeld door den H .Eerw. heer Deken Franssen. Tromgeroffel en bazuingeschal kondigden de aankomst aan.

Onthulling en intronisatie Heilig Hart Standbeeld Veghel

Oud-burgemeester Völker verwelkomde den Bisschop, waarna Z. D. H. in groot ornaat met mijter en staf werd gekleed en plaats nam op het podium. De voorzitter van het hoofdcomité, de WelEerw. heer kapelaan J. Janssen beklom daarna het spreekgestoelte om de plechtigheid te openen. Z.Eerw. rekende het zich tot een groote eer als voorzitter van het hoofdcomité Z. D. H. den Bisschop een blij en hartelijk welkom toe te roepen. Wij weten zei Z.Eerw. dat gij alle lasten van uwe diocesanen medetorst en daarom hebt gij ook aan ons verzoek gevolg willen geven om deze plechtigheid te vereeren.

Onze grijsaards, onze kinderen, onze vaders en moeders zien met verlangen op naar het oogenbiik dat het Koningsbeeld voor onze blikken zal opreizen, Monseigneur, vanuit deze massa gaat den roep uit: geef ons den’ Christus-Koning. Hem alleen willen wij dienen. Niet langer wil ik dan dat oogenblik tegenhouden, zei spr., en ik mag U, “Mgr., namens het Katholieke Veghel dan wel danken voor de groote eer van Uwe tegenwoordigheid en U verzoeken het H. Hartbeeld van zijn omhulsel te ontdoen.

Mgr. Diepen knipte vervolgens met een op zilveren schaal aangeboden schaar het koord door, waarna het kleed waarmede het beeld was omhuld werd verwijderd. Een indrukwekkend moment…. Stoomsignalen schalden vanaf de booten in de haven, kanongebulder en klokkengelui galmde over het water en daarachter een angstig grauwe lucht met bliksemschichten en dondergeroffel in de verte…. Een moment om nooit te vergeten…. Vervolgens beklom Mgr. Diepen den katheder om de menigte toe te spreken.

Onthulling en intronisatie Heilig Hart Standbeeld Veghel

Het heerlijke standbeeld van het Goddelijk Hart van Jezus is nu onthuld en zal door de bisschoppelijke wijding Zijn hooge macht ontvangen, aldus Z. D. H. ” Het is voor mij eene groote voldoening om naar Veghel te komen om te zien dat de Goddelijke Koning in het openbaar zal worden gehuldigd en zal troonen in het openbaar. Een gelukkige samenvoeging noemde Z. D. H. het dat de onthulling van dit standbeeld ter gelegenheid van het 25-jarig priesterfeest van Deken Franssen geschiedde terwijl deze plechtigheid ook samenvalt met de herderking van het feit dat op 25 Mei 1899 Z. H. Paus Leo XIII uitvaardigde zijne encycliek, waarin de liefde tot het H. Hart van Jezus werd aangewakkerd en eenheid werd gebracht onder de kudde zoodat alles werd een Herder en een Schaapstal, welke uitvaardiging H. zelf noemde de grootste daad tijdens zijne pontificaat.

Mgr. Diepen hoopte dat de onthulling en intronisatie van het H. Hartbeeld te Veghel voor allen moge zijn een aansporing voor de liefde tot het H. Hart van Jezus, om zoo te leven dat het God behaagt. Hij moet blijven de Koning en als zoodanig geëerd worden niet alleen in de kerk, maar ook in het huisgezin. Het Goddelijk Hart van Jezus moet zijn als een magneet waardoor alle harten zich voelen aangetrokken en waar onder het beeld de letters zijn gegrift “Regi Suo Cives”, de burgers aan hun Koning, daar hoopte Mgr. dat allen eenmaal zouden worden burgers van het Hemelrijk, wat hun nimmer zou worden ontnomen. Zoo moge ik thans overgaan tot huldiging van het beeld van den Koning, dien Veghel zich gekozen heeft, aldus eindigde Z. D. H. zijne tot de talrijke menigte gerichte toespraak. Vervolgens had de zegening van het H. Hart-monument plaats.

Onthulling en intronisatie Heilig Hart Standbeeld Veghel

Na deze plechtigheid hield de ZeerEerw. Pater Mulder van het Retraitehuis Loyola te Vught de feestrede. Z.Eerw. koos tot tekst de woorden “Vos vocatis me magistra”, gij noemt mij uw meester. Dit zijn de woorden van den Goddelijken Zaligmaker, zei Z.Eerw., die Hij sprak te midden van Zijne leerlingen na de voetwassching bij hen te hebben verricht. Gij noemt mij uw meester en gij doet goed om zoo te zeggen, want ik ben het. Meer dan 1900 jaren is het geleden dat de Goddeiijke Zaligmaker deze woorden sprak en thans nu Veghel Zijne beeltenis op een voetstok plaatst om Hem te erkennen, nu mag ook gezegd worden gij doet goed om Mij te erkennen als uw Meester. Gelukkig zijn de tijden voorbij, aldus Pater Mulder, dat Jezus alleen vereerd werd op de slaapkamers, thans durft ieder in het openhaar Zijnen godsdienst te belijden en Jezus in het openbaar te huldigen. Voor den priester is dit een verblijdende gebeurtenis en ook Mgr. zal zich verheugen getuige te mogen zijn dat hier in Veghel op dit moment en door deze daad in het openbaar getuigenis wordt afgelegd van het belijden van den H. godsdienst. De gewijde redenaar eindigde zijne gloedvolle rede, weike blijkbaar bekort werd door de dreigende donkere wolken die niet veel goeds voorspelden, met de hoop uit te opreken dat de wereld spoedig moge opstaan uit den diepen val, dien zij gedaan heeft en terugkeeren naar Jezus Christus, die door ongeloovige werkers is teruggedrongen. Z.Eerw. wenschte Veghel geluk met de groote daad welke lieden was verricht.

Thans knielde Z. D. H. Mgr. Diepen aan de voeten van het H. Hartbeeld en bad de acte van toewijding aan het Goddelijk Hart van Jezus. De lucht werd echter zoo dreigend en de regen begon zoo geweldig te vallen dat na dit gebed de plechtigheid moest worden onderbroken. In alle haast moest door de overtalrijke schare belangstellenden een heenkomen worden gezocht, wat vriendelijk werd geboden in de omliggende woningen.

Jammerlijk was hiermede een einde gemaakt aan dit gedeelte van het program. Het bleef bijna gedurende een uur lang stortregenen en wij waren bevreesd dat van de grootsche bloemenhulde die moest plaats hebben niets kon komen, doch na een uur uitstel werd de schitterende optocht gehouden, die een onvergetelijk cachet gaf aan de grootsche plechtigheid. Alle rangen en standen der bevolking waren in den onafzienbaren stoet vertegenwoordigd. Om 5.15 uur stelde de stoet zich op het Middegaal nabij het R. K. Gasthuis op. Het hoofd-idee van dezen stoet was: Hulde, gebracht aan het Goddelijk Hart door de aarde en den hemel! De aarde werd vertegenwoordigd door de kinderen, de godsdienstige, charitatieve en sociale vereenigingen; de hemel door de Heiligen, die met de vereering van het H. Hart het nauwst in betrekking staan en door de Engelen. Zoodoende was de stoet in zes groepen gesplitst.

Groep 1 bestond uit een afdeeling Romeinsche soldaten, het R. K. Zangkoor, het Mannenkoor, het Kerkbestuur en het hoofdbestuur.

Groep 2 R. K. Jongensen Meisjesschool, Harmonie Veghel, muziekkorps der Studenten uit Uden, benevens het R. K. Jongens- en Meisjespatronaat.

Groep 3 godsdienstige vereenigingen: Familie, Retraitewerk enz.

Groep 4 sociale vereenigingen: Eer en Deugd, Boerenbond, vakverenigingen enz.

Groep 5 liefdadige vereenigiagen Elisabeths- en Vincentiusvereeniging, Ziekenverpleging enz.

Groep 6 hulde door den Hemel. Deze groep die beoogde de huldiging der Heiligen des Hemels alsmede der negen koren der Engelen, werd voornamelijk voorgesteld door de R. K. Kweekschool.

De grootsche stoet volgde deze route: Vanaf Middegaal, door Stationstraat, Kerkstraat, Marktstraat, Hoofdstraat en verder langs het Raadhuis door de Hoogstraat naar het Havenplein, alwaar ‘de bloemenhulde plaats vond. Het voetstuk van het H. Hartbeeld werd letterlijk bedolven onder de bloemen. Tijdens de bloemenhulde werd afwisselend gezongen door de kinderen en het Veghel’s Mannenkoor, gemusiceerd door een der harmonieën. Na deze plechtigheid begon om 8 uur het H. Lof met Te Deum. Dit werd gezongen door het kerkkoor met medewerking van het Mannenkoor. Door den HoogEerw. heer Deken werd een korte toespraak gehouden, waarin Z.Eerw. allen die meewerkten tot het welslagen van het feest, in het bijzonder de verschillende comité’s dankte. Het Havenplein werd door Z.Eerw. in deze toespraak H. Hartplein genoemd.

* Jezus heeft tijdens zijn verschijningen aan Margaretha 12 beloften gedaan aan de mensen die de devotie van het Heilig Hart aanhangen.

  1. Ik zal hun alle genaden schenken die zij in hun levensstaat nodig hebben.
  2. Ik zal aan hun huisgezinnen de vrede schenken.
  3. Ik zal hen in al hun lijden troosten.
  4. Ik zal voor hen een veilige schuilplaats zijn in het leven en vooral bij de dood.
  5. Ik zal overvloedig zegen uitstorten over al hun ondernemingen.
  6. De zondaars zullen in mijn Hart de bron en een eindeloze oceaan van barmhartigheid vinden.
  7. De lauwe zielen zullen vurig worden.
  8. De vurige zielen zullen spoedig tot een hoge volmaaktheid komen.
  9. Ik zal de woningen zegenen waar de afbeelding van mijn Hart is geplaatst en wordt vereerd.
  10. Aan hen die aan het heil der zielen werken, zal Ik de gave verlenen de meest verstokte harten te treffen.
  11. De personen die deze godsvrucht verspreiden, zullen hun naam in Mijn Hart geschreven vinden en deze zal daar nooit uitgewist worden.

De laatste is de grote belofte:

  1. Ik beloof u, in de overmatige barmhartigheid van Mijn Hart, dat Zijn almachtige liefde aan allen, die achtereenvolgens negen eerste vrijdagen te Communie gaan, de eindgenade van de boetvaardigheid zal verlenen; zij zullen niet in Mijn ongenade sterven, noch zonder de laatste Sacramenten te ontvangen; in dat laatste ogenblik zal Mijn Hart voor hen een veilige schuilplaats zijn.”