DE VERLOREN PENNING.

En zo kom je een oud krantenartikel tegen uit het “Eindhovensch Dagblad van 4 Januari 1917”.  Naar het lijkt een wekelijks terugkerend verhaal waarbij een bode van de krant op verschillende locaties een penning verstopt en hierbij de lezers uitnodigt op zoek te gaan naar de “verloren” gewaande penning. Goed voor maar liefst tien gulden! Of de penning ooit is gevonden heb ik niet kunnen achterhalen, maar het pseudoniem “Phantasos” en zijn reislustige vriend “Hermes” doet vermoeden dat er vele lezers tevergeefs hebben gezocht….

Zo ook dit verhaal over Veghel, mogelijk nu met toevoeging van enkele foto’s bij de beschreven droombeelden, gaat er nog iemand op zoek naar de waarschijnlijk nog steeds verloren gewaande penning ;).

DE VERLOREN PENNING“, Droombeelden door Phantasos, artikel uit het “Eindhovensch Dagblad (4 Januari 1917)”:

Als de wind zoo vlug ging het nu over akkers, weiden en bosschen, over huizen en torens, dat ik niets zag van alles, wat zich onder ons uitstrekte. Niet lang echter duurde die razende vaart, want na enkele minuten reeds kregen we een slanken toren in ’t gezicht, ons luchtschip begon langzaam en statig te zweven en Hermes kondigde aan, dat we in de nabijheid van Veghel waren.

Beneden ons zagen we de stoomtram zich voortspoeden met kronkelende bewegingen. Verschilende groepjes huzaren reden over de modderige wegen in vluggen draf voort, zoodat het slijk (op foto: geen slijk, maar water ;) hun om de ooren spatte.

 

Huzaren te Veghel 1917
Huzaren te Veghel 1917

Nu en dan eene boerenwoning, dennenbosschen en jonge aanplanting, tal van omgehakte jonge wilgen, akkers met welig wintergraan, dat alles had ik in enkele seconden opgemerkt. Wij beklagen ons in de stad ooit over de wegen, zei ik tot Hermes, maar op een dorp is het toch nog heel iets anders. Ja, kreeg ik ten antwoord, de binnenwegen zijn hier ellendig slecht, doch als ge straks in het dorp komt zult ge zien, dat het nog al meevalt.

We vlogen juist over de gasfabriek en een molen en waren nu weldra boven den harden weg.

Gasfabriek

Behalve dat ik u thans het dorp Veghel eens ga toonen, zal ik tevens laten zien, waar de bode van het Dagblad den Penning gaat verbergen. Zie, daar komt hij juist uit het Tramstation.

Molen Sluistraat

De man volgde een oogenblik de tramlijn, sloeg dan rechtsaf de Hoogstraat in en bleef stilstaan voor den mooien winkel van de firma J. Winters.Winters 1

Het regende dat het goot (op foto geen regen, maar zon 😉 ), doch onze man stoorde zich nergens aan. Nu kon hij juist ongehinderd zijn werk verrichten. Geen levende wezen vertoonde zich in dat hondenweer op straat (op de foto: een drukte van jewelste op straat). Na even rondgekeken te hebben haalde hij snel iets uit den zak en stak het onder het winkelraam in den grond.

winters2

 

Mag ik voor het te laat is één koffie meneer?

Oude krantenkoppen als “Te slopen café kent rijke geschiedenis” (BD, 2011), “Het oude stationskoffiehuis is helemaal verkrot” (Kliknieuws Juni 2017), “Het staat op instorten” (Stadskrant, 2008) en een artikel in de Stadskrant van 2011 heeft als kop: “Café Spoorlaan maakt plaats voor huizen“. Deze krantenkoppen uit het verleden voorspellen weinig goeds. In een van de artikelen wordt gemeld dat gemeente in overleg gaat met de eigenaren.

1936

Oorspronkelijk was het pand in gebruik als Hotel en Stationskoffiehuis H.B. van der Leeden (Henricus Baldewinus van der Leeden was  gehuwd met Hendrika van Asperen), dit in de nabijheid van het oude Stationsgebouw dat in de jaren ’60 per abuis* is gesloopt. Later zijn naar zeggen van diverse reacties Ties (Martinus) en Mien Duijts de uitbaters geweest. Dit blijkt ook uit een record van het Handelsregister op het BHIC, het jaar van inschrijving 1944 met handelsnaam M. Duijts, die vervolgens is uitgetreden als eigenaar in 1948 wegens overdracht der zaak aan F. Duijts (of dit ook het café betrof is onduidelijk). Hierna heeft de familie Danklof het café overgenomen (hoe lang blijkt niet uit de archieven van BHIC). Onder de wat oudere “jongeren” is het café misschien wel het meest bekend onder de naam “Don-Pedro Bar” van Peter van Os (van 1976 tot 1994). Maar mogelijk hebben er nog meer eigenaren in gezeten. Op een foto van Veghel in Beeld is een inmiddels verdwenen reclame uithangbord van Dommelsch bier te zien met daaronder de naam “Kolenkit“. Inderdaad een café met een rijke geschiedenis, maar over deze geschiedenis en jaartallen is maar heel weinig te vinden in openbare archieven. Op het BHIC is er wel een record terug te vinden onder de naam ” Hotel van der Leeden, Stationskoffiehuis” in het Handelsregister met vestigingsdatum 1896, datum inschrijving 1923 en datum opheffing 1945. Maar dan staat er Hoofdstraat als adres vermeld. Op z’n minst verwarrend. Ja, er zat in de Hoofdstraat ook een hotel van der Leeden, echter was dit ook een Stationskoffiehuis? Nee, hier was Johannes van der Leeden (vader) logementhouder en herbergier en lijken deze data te kloppen.

Op de twee oude foto’s is te zien dat er zowel aan de voorzijde en links van het pand veranda’s hebben gezeten, met prominent aanwezig de reclame borden van de Bredase Bierbrouwerij de “De Drie Hoefijzers”. Achter het café is het dak en een deel van het toenmalige woonhuis van Ties Duijts te zien, dit pand is waarschijnlijk in de jaren ’70 gesloopt bij de bouw van het bedrijfspand van Coppelmans Keukens.

koffiehuis new333_FotddoSketcher

Anno 2019 staat het pand staat er nog steeds, getuige onderstaande foto’s van afgelopen maand. Vervallen inderdaad, dit in schril contrast met de mooie historische panden aan de overzijde van de Spoorlaan. Iets verder staat een prachtig treinstel van museum SIEMei te pronken, “wachtend” voor de historische spoorwegovergang bij het witte wachtposthuisje. Tegenover het voormailge café staat een beetje verloren het Stationsbord dat doet herinneren aan het oude Stationsgebouw. Okay het café ziet er niet uit in de staat waarin het nu verkeerd. Maar dan vraag je je toch af waarom, en dit in tegenstelling tot wat er in de oudere krantenkoppen wordt gesuggereerd, er niet is of wordt overwogen om dit historische pand in oude luister te herstellen in plaats van het te slopen. Het zou een mooie aanvulling zijn bij de al aanwezige historische bezienswaardigheden aan de Parallelweg-Zuid…. Laat de koffie u smaken ;)!

Reacties, correcties en/of aanvullingen van harte welkom, Emiel Verwijst.

* Aldus de site het Duits-lijntje: “Het was niet de bedoeling het hele gebouw te slopen, echter alleen de wachtkamers aan beide zijden”.

Veghel, huisje “Het Zeelstje” op de Tillaar

gelegen in de Aa-beemden aan de Tillaar. Laatste bewoners Piet Hurkens en Bertha Waals 22ww. copy copy_FotoSdddketcher

“Het Zeelstje”, de naam van het karakteristieke Meierijse huisje, dat bij de bouw van de Veghelse woonwijk ’t Zuid in 1965 gesloopt werd. Op BHIC valt te lezen dat dit stukje Veghel de ‘Tillaar’ heette, gelegen in de Aa-beemden en dat de laatste bewoners  Piet (Petrus) Hurkens en Bertha Waals waren (echtpaar). Op oudzijtaart.nl is een kaart terug te vinden over de indeling van de zogenaamde tiendklampen (een groep bij elkaar gelegen percelen). De Veghelse familienaam “Van den Tillaart” vindt mogelijk zijn oorspong aan dit stukje grond.

Als je de archieven van het BHIC er op na slaat, voorzover te ontcijferen voor een leek (met name notariële akten) kom je inderdaad de familie naam Waals tegen (1935, Hendricus Waals, wonend te Veghel op het Zeelstje; Wilhelmus Waals en Lamberta Maria Waals ook wonend aldaar (kinderen). In diverse akten wordt gesproken over het Zeelstje, maar ook over Zilstje, de Groote Zeelst, het Klein Zeeltstje en hooiland aan het Zeelstje. Ook de naam Coppens is in relatie tot het Zeelstje terug te vinden in een akte. Antonius Coppens en Adrianus Coppens, beiden bakker en winkelier te Veghel en Johannes Bernardus Duffhuis, molenaar gehuwd met Elisabeth Coppens delen het nagelaten goed (1876) van hun ouders Peter Coppens en Elisabeth van Erp. Verder komt de naam van den Tillaert (tillaart) terug in een erfdeling (1813) waar onder andere  bouwland op Rutselt genaamd het Zilstje wordt vernoemd. Bij deze Franstalige akte die ik op het BHIC tegen kwam dacht ik: “Voor wie wil, mag er verder induiken” ;)! En als je dan toch nog even verder zoekt op wellicht verbasteringen van het Zeelstje (het huisje en/of stuk land) zoals “het silstken” (1655), “het zilske” (1733), “het zilstje” (1841), “het silstje” (1847)” dan begint het helemaal te duizelen. Kortom, een huisje op een stukje Veghel met een behoorlijke geschiedenis, die mogelijk terug gaat tot 1655!

Bovenstaande afbeelding is een “vrije” bewerking van een oude zwart/wit foto die terug te vinden is op BHIC. Je kunt je bijna niet voorstellen dat dit nostalgische boederijtje op de plaats stond tussen de huidige flats en de Dr Schaepmanlaan in Veghel Zuid.

Reacties uiteraard welkom, E. Verwijst.

@ 11 Februari 2019:

Een oude kadasterkaart van het BHIC van 1832 geeft meer duidelijkheid over het gebied “Zeelstje” (licht groen gearceerd), maar ook over de exacte locatie van het perceel ” ’t Zeelstje ” (donkergroen gearceerd).

Kadasterkaart Veghel 1832 small2

 

En als je dan de loop van de rivier de Aa destijds (1832) probeert te plotten op een huidige kaart dan lijkt het er op dat de Van Limburg Stirumstraat (groene lijn) dwars door het toenmalige perceel van ’t Zeelstje liep. Direct boven het perceel liep de Dr. Schaepmanlaan (rode lijn), er onder de Van Hogendorplaan (paarse lijn) en rechts de Trompstraat (blauwe lijn).

 

 

 

Veghel, en het lied “Parel van de Meierij”.

We schrijven Veghel, eind jaren ’40.

Result23 copy copy2 copy cop small ffy
Inmiddels n.a.v. reacties aantal namen bekend: derde van links Mia Schellen, daarnaast Adrie van de Sande, daarnaast Riek Franssen, daarnaast Mia Hexspoor en daarnaast Jo van Liempd.

Een foto van Johan van Eerd van een opvoering van een gezelschap “Veghel Vooruit Revue”. Op het bord rechtsonder valt te lezen dat het gaat om een voorstelling met de naam “HOE HÈ’K’T NOU”. Deze foto komt uit een serie van meerdere foto’s van deze revue en zullen later in een andere blog worden gepubliceerd. De dames poseren netjes op het podium en hebben naar het lijkt het lied “Veghel parel van de Meierij” ten gehore gebracht. Het  lied is oorspronkelijk geschreven door Frans van Dorst en werd (naar verluidt) voor het eerst in 1949 opgevoerd in de Veghelse revue “Wie ha dè gedaacht”. Het refrein van het lied hangt prominent achter de dames, ongetwijfeld met als doel om het publiek uit volle borst mee te laten zingen.

“Veghel parel van de Meierij!”
Veghel, mijn Veghel!
“Mijn harteklop, mijn hartebloed, zijt gij!”
Veghel, mijn Veghel!
Schitter dan steeds boven alles uit
Wij zingen dan ook nog eens zo luid:
“Veghel parel van de Meierij!”
Veghel, mijn Veghel!

Het zou leuk als iemand een of meerdere van deze dames herkent (nog ontbrekende namen) of misschien meer kan vertellen over deze revue.

Nu wilt u natuurlijk weten hoe dit lied klinkt. In september 2017 heeft het Iers Mannenkoor de “Kabelgat Ramblers” uit Veghel hiertoe een niet onverdienstelijke poging gedaan. Op Youtube staat hier een mooi filmpje van Skyline FM met een leuke intro en de uitvoering van het lied. Leuk hoe de geschiedenis zich hier herhaalt, maar nu door een mannenkoor ;)!

Tekst: Emiel Verwijst, Groeten uit Veghel, “Waar verleden en heden samen komen”.