Brabantse Beeldhouwkunst in het Julianapark Veghel (1962).

“De Volkskrant© 11-08-1962” schreef:

Weldadige beelden van Brabantse hand

In Veghel is een tentoonstelling van Brabantse beeldhouwkunst ingericht. Deelneming: achtentwintig beeldhouwers. Laten we hopen dat het werkelijk de achtentwintig beste zijn. Ik bedoel: het is natuurlijk onzin; artistiek gesproken lijkt het nergens naar om uit een cultureel achtergebleven en traditieloze provincie als Noord-Brabant achtentwintig beeldhouwers bijeen te brengen en dan nog te doen of het over beeldhouwkunst gaat.

Het gaat dan ook ten dele over iets anders, en dat andere is zo opmerkelijk als een echt wonder. De culturele ambtenaar Van Veghel, de heer J. M. Jongeneel heeft samen met de heren R. van Gulick en P. Tooten, architect, in het Julianapark langs de Dommeloever een aantal, paviljoens en sokkels op de gazons doen bouwen en daar is dan de Brabantse beeldhouwkunst geëtaleerd. De organisatoren beschikten over zevenduizend gulden. Drieduizend gingen er naar de drukker voor uitnodigingen, affiches en catalogi. Vierduizend bleven er over voor sokkels en paviljoens: zij hebben er een inrichting van gemaakt die normaal veertig duizend zou hebben gekost. Maar dankzij de algemene medewerking van aannemers, schilders en timmerlui, gemeentewerken en industrie, kon er een gelegenheid geschapen worden, die, ofschoon tijdelijk, kan wedijveren met de beste die wij de laatste jaren voor de expositie van beelden hebben gezien. De revue van de Brabantse beeldhouwkunst heeft overigens ook nog nooit plaats gevonden. Veghel schept voor het eerst de kans alle Brabantse beeldhouwers bijeen te zien. Waardoor het komt. weet ik niet. maar in deze context wordt men mild gestemd. Er is een weldadige en kansrijke prilheid, waardoor deze beeldenexpositie gunstig afsteekt tegen een saai vertoon als bijvoorbeeld de Amsterdamse kunstenaarsverenigingen jaar in jaar uit te zien geven.

Er is abstract werk uit de school van Tajiri (A. C. Slegers), er zijn Italiaans geschoolden: Gerard Bruning, die wel goed naar Mascherini, en zijn vrouw Wilna Haffmans, die eerder naar Manzu heeft gekeken, er zijn volks-realistische stukken als van Eugénie van der Grinten-Stender en Jan van Gemert, fijne volks-fantastische beelden als van Riet Kreykamp en Hanneke van Gooi, Engelse invloed bij Hubert Leyendeckers, en er is nog meer variatie. Dat zegt niets van de kwaliteit, maar uit de schakering van academische vlijt naar experimentele vernieuwing blijkt een gezond klimaat van persoonlijke keuzekans en vrijheid.

Aldus Lambert Tegenbosch (galeriehouder, kunsthandelaar, kunstcriticus).

Brabantse Beeldhouwkunst in het park (1962):

Foto’s Johan van Eerd © . Poster: Leo le Blanc©. Met informatieboekje over kunstenaars beschikbaar gesteld door Marc Tooten, waarvoor veel dank.